Month: August 2015

Ton Lemaire : Wandelenderwijs; sporen in het landschap

In dit schitterende boek Ton Lemaire, filosoof en antropoloog met een goede kennis van geschiedenis, dier- en plantenkunde, plus heel veel wandelervaring in heel diverse omgevingen, neemt ons mee op sommige van zijn meest memorablele wandelingen. En dat niet alleen in de zin van het beschrijven van de fysieke wandelingen (al doet hij dat ook, en vaak op een heel interessante en vermakelijke manier), maar ook, wat veel interessanter is, neemt hij ons mee op zijn ‘gedachtenwandelingen’ die ons soms heel ver weg leiden van de tijd en plaats waarin de auteur zich op dat moment bevindt: terug in de tijd en naar de gebieden van cultuur, geschiedenis en filosofie. Het resultaat is een verzameling intelligente essays die ons interessante en vaak belangrijke dingen te vertellen hebben.

Zijn schrijfstijl is zeker niet slecht, al zal hij er waarschijnlijk geen literaire prijzen mee winnen. Maar daar gaat het hier niet om. Dit boek is een plezier om te lezen, en gaf mij regelmatig zin om zelf te gaan wandelen in plaatsen (zoals Lapland en de Dordogne) waar ik anders nooit op het idee was gekomen om erheen te willen gaan! Niet dat ik het altijd 100% eens was met alles dat ik las. In het bijzonder in hoofdstuk X Open plekken vond ik meer dan genoeg om oneens mee te zijn, al kon ik over het algemeen Lemaire zijn standpunten heel goed waarderen.

Ondanks het feit dat Ton Lemaire als filosoof bekend staat, vond ik weinig of niets in dit boek dat ik ‘filosofie’ zou willen noemen. Als ik het hier over ‘filosofie’ heb, dan bedoel ik echte filosofie, in de traditie van Plato, Descartes en Bertrand Russell: het stellen van vragen en het proberen die vragen zo goed mogelijk te beantwoorden. Nee, dat is hier niet te vinden, en dat is geen enkel probleem! Toch lijkt Lemaire af en toe (bijvoorbeeld in hoofdstuk XIV Vogelen in Griekenland) te willen ‘filosoferen’, en diepzinnige, algemeen toepasbare filosofische inzichten te halen uit de feiten die hij presenteert, maar het lukt hem net niet en hij blijft steken op het niveau van vage overpeinzingen. Ook hier en daar (bijvoorbeeld in hoofdstuk IX Nederlandse wandelaars: Van Eeden, Thijsse, Leclercq) beperkt hij zich tot het stellen van een hele waslijst interessante vragen, terwijl hij met een beetje meer onderzoek misschien sommige van deze interessante vragen had kunnen beantwoorden.

Het is vooral om die redenen, denk ik, dat ik Wandelenderwijs ‘alleen maar’ een schitterend boek noem, en geen meesterwerk!

(more…)

Advertisements